Het is niet het hert dat de weg oversteekt, maar de weg die het bos doorkruist.

Je bent te laat van huis vertrokken. Je trapt het gaspedaal eens extra in, dan ben je misschien nog op tijd. Gelukkig, een lege weg ligt voor je. De weg is van jou. Vanzelfsprekend toch? Daar stem je toch voor bij gemeenteraad- en provinciale verkiezingen? Je betaalt toch wegenbelasting? 

Net op tijd en hard druk je de rem in. Je vloekt hardop. Niemand hoort je in jouw afgesloten auto-huiskamer. Laat hij uitkijken, dat arrogante hert, dat de weg overloopt alsof hij alleen op de wereld is. Dat hert dat jouw weg oversteekt. 

Het hert keert om, loopt met uitgestoken nek op de auto af. Tikt met zijn gewei op je raampje. Je draait het open. Een barse stem klinkt: ‘Kan je niet uitkijken.’ 

Gebeurt in organisaties niet vaak hetzelfde?  De patiënt met een lastige vraag waardoor jouw spreekuur uitloopt. De collega die jouw plan dwarsboomt. De ambtenaar die jou als burger niet het antwoord geeft waar je op hoopt.

Hoe vaak voel je je geremd door de patiënt, de collega, de ambtenaar die nietsvermoedend de weg oversteekt, jouw weg, welteverstaan.  In wiens bos ben jij te gast?