De kracht van kunst is groter dan de maker bedoelt.

Een Franse film en een expositie in Parijs. Ze lijken over een vergelijkbaar thema te gaan, maar op een volstrekt andere manier. Show don't tell, hoe kan dat werken?  

Op weg naar huis van een lang weekend Parijs passeren we de Louis Vuitton Foundation. Mijn partner wil me de mooie architectuur van het gebouw laten zien. Dat is zeker de moeite waard. We gaan ook nog even naar binnen. Daar wacht me een klap in het gezicht.  De expositie van hedendaagse Afrikaanse kunstenaars is zo indrukwekkend dat het gebouw om me heen verdwijnt. Ik word met elke zaal witter. Inderdaad, Wit is ook een kleur, zoals Sunny Bergman in haar documentaire laat zien. En in haar boek Hallo witte mensen, beschrijft Anousha Nzume hetzelfde witte privilege. Maar in de Louis Vuitton Foundation is het mijn kleur geworden. Lezen over of kijken naar een documentaire is anders dan wat expositie met me doet. De veelheid aan werk, waarin steeds weer het perspectief natuurlijker wijze zwart is, doet me mijn witte vanzelfsprekende perspectief ervaren. Er wordt me niks uitgelegd of verweten. En daarom beleef ik het des te sterker.

Vanuit kunstzinnig perspectief, is het een prachtige expositie, maar deze beleving gaat veel verder, daar kan geen boek of documentaire tegenop. Ik ga niet verraden welke werken je kan zien. Ok. Eén voorbeeld. Er is een zaal met fotoportretten van Zanele Muholi. Niets bijzonders zou je denken. Mooie portretten, goede fotografie. Nee. Dat verdween dus, omdat ik nog nooit een hele zaal vol met portretten van donkere mensen had gezien. Daar sta ik dan. Wit. Witter. Witst. Dat is dus mijn perspectief en privilege. Ga! Je hebt tot 28 augustus de tijd.

Zaterdagavond. Een 'feel good film'. We bewaren de verantwoorde films voor door de week. Het wordt de Franse film 'A Bras Ouverts'.  De film start grappig, ondersteunt door vrolijke Louis de Funes achtige muziek. Een rijke, intellectueel die een boek heeft geschreven, verkondigt op tv dat hij open staat voor vreemdelingen. Zijn opponent daagt hem uit het goede voorbeeld te geven. Hij neemt de uitdaging aan. Dezelfde avond staat een groep Roma aan de poort van zijn villa. Er ontrolt zich een schokkend politiek incorrecte film. Van cliché naar racisme en terug.

De film boeit me niet, mijn gedachten gaan een andere kant op: hoe kan het dat zo'n film in een tijd als deze uit kan komen? Ik moet denken aan de afleveringen van Pipo de Clown toen ik klein was. Pipo was bevriend met Klukkluk, de indiaan die zo gebrekkig Nederlands sprak. Deze rijke Fransman heeft een Indiase bediende. En de Roma spreken gebrekkig Frans, stelen, maken muziek en zijn gewelddadig. Veertig jaar geleden, ja toen vonden we dit soort stigma's gewoon, maar nu?! 

Wat wil filmmaker Philippe de Chauveronne met deze film vertellen? Ik kan geen extra laag in de film ontdekken, die zou maken dat dit een cynisch commentaar op zulk soort beledigende stereotypen zou zijn.  Er is geen andere bedoeling dan om mensen te laten lachen, bijna letterlijk over de rug van de Roma. Hoe langer de film duurt, des te geschokter ben ik. In een interview ontkent de filmmaker elk spoor van racisme, het is 'gewoon een komedie'.  Niet de bedoeling van de filmmaker, wel het effect: ik lach niet, ik denk. Ik voel me wit. 

Een expositie en een film. Hetzelfde thema, zo anders verbeeld. En wat de maker ermee bedoelt? Dat is uiteindelijk aan de kijker.  

Hoe werkt dit fenomeen in jouw organisatie: je laat iets zien en wordt jouw bedoeling ontvangen? Of hoe 'lees' jij de film van een ander?