Geen oplossingen - wel kunst

Half slapend loop ik in pyjama naar mijn telefoon. Met halve aandacht kijk ik, in gedachten al mijn ochtend-sinaasappel persend, naar de verwachte overwinning van Hillary. Ik schrik klaarwakker. Trump. Ik kijk niet goed, denk ik. Nog niet alle stemmen zijn binnen, marchandeer ik met de realiteit die toch echt binnendringt.

Een uur later op het stationsperron wil ik de drie gehoofddoekte meisjes die druk in gesprek zijn, aanspreken. Ik ben ervan overtuigd dat ze het over Trump hebben, en net zo geschokt zijn als ik. Ik denk dat het voor hen erger is, zijn racisme. Mijn verlegenheid wint, en ik blijf op mijn telefoon kijken, lees verwoed en gehaast commentaren. In de New York Times, de Correspondent, Facebook, Twitter. Waar zoek ik naar? Een ander geluid? Een wijze les? Hoop? Wil ik mijn onrust dempen? Waar zoek ik naar?

Mijn gedachten blijven de hele dag bij die meisjes. Misschien hadden ze het wel gewoon over een leuke jongen, of over nieuwe mode, of over hun huiswerk. Weet ik veel. Ik voel me bevoorrecht. Ik ben wit, hoogopgeleid. Ik doe het werk dat ik graag doe en dat me voldoening geeft, ik heb een mooi huis op een prachtige plek, een fijne relatie, ik kan op vakantie wanneer en waarheen ik wil, ik kan me voeden met mooie boeken, films of inspirerende evenementen. Ik voel me er schuldig over. Ik heb makkelijk praten. Ik weet van niks.

Nee. Ik heb moeilijk praten. Ik mag er niks van zeggen. Ik weet immers niks, ik als geprivilegieerde, sociaal wenselijk denkende. Ik weet niet wie die Trumpstemmers zijn. Ik weet niet hoe jet is om gediscrimineerd te worden. Ik ken alleen mijn eigen afgesloten VPRO wereld. 

Ik voel me buitengesloten. Ik voel mijn stem gesmoord. Ik mag niks zeggen. Ik ben bij voorbaat verdacht. Ik begeleid als buitenstaander trajecten die armoede in Nederland moeten bestrijden, maar ik hoef het niet te voelen. Terwijl ik juist door al mijn kansen een antwoord zou moeten hebben.

Nee. Nee. Nee.

Ik heb geen antwoord in de zin van een oplossing. Maar ik heb wel een reactie. Ook al ben ik hoogopgeleid en daardoor geprivilegieerd. Juist nu. Ik moet juist nu mijn stem laten horen. Juist nu vertellen dat er geen oplossing is. Dat ik geen tegenbeweging start. En toch. Ik kan denken. Ik heb vanuit mijn bevoorrechte leven een bron die ik kan en moet delen. Nadenken. We moeten weer durven nadenken. Langer en dieper. Vanuit het gevoel dat we het echt niet weten. Dat er geen recept is. En dat dat niet erg is. Dat juist dat de kans is. Lange termijn zoeken in plaats van korte termijn bevrediging.

Ik moet denken aan een recente voorstelling van een jonge theatermaker. Ik vond het niet mooi, ik kreeg niet de ontroering waar ik behoefte aan had. Ik werd ongemakkelijk. Nog wel de zoon van een goede vriendin ook. Dus ja ik moest achteraf wel iets positiefs vertellen. Ik vond het niet fijn. Ik voelde afstand. Nee, ik creëerde zelf afstand met mijn gedachten omdat ik geen directe bevrediging van mijn behoefte kreeg. Ik ging van alles denken en vinden over deze theatermaker. Ik bedacht verklaringen waarom hij zo'n voorstelling zou hebben gemaakt, ik psychologiseerde hem zijn jonge leeftijd in; dat zou dan wel de reden zijn van zijn extreme experiment dat mij niet ontroerde of raakte. In plaats van gewoon te kijken en ervaren en ontvangen wat hij me gaf.

Dit is het dus. Dit is nodig. Blijven zitten zonder vermaakt te worden. Dat is wat we nodig hebben. Blijven zitten. Niet vermaakt worden. Kunstenaars, het is tijd! Sta op. Vermaak ons niet. Entertain ons niet. Ga niet voor bezoekersaantallen. Laat ons ongemakkelijk schuiven op onze bevoorrechte stoelen. Laat ons nadenken, ook al is het weken later. Geef geen oplossingen. Dat is wat wij bevoorrechten kunnen en moeten brengen. Het is broodnodig. Daarom schrijf ik.  Juist hierover schrijf ik een boek: dit is de tijd dat er geen recepten zijn, geen oplossingen. Kunst is broodnodig. Geen oplossingen, wel kunst.