Het is er al

Het is er al

'Het is er al, het moet er alleen even uit'.Omdat dat makkelijker klinkt dan het is, organiseer ik een Olifantenpaadjes-challenge. Van maandag 3 t/m vrijdag 7 april: vijf dagen met elke dag een opdracht om Olifantenpaadjes te vinden en te maken. In een besloten Facebook-groep.  

Geen oplossingen - wel kunst

Half slapend loop ik in pyjama naar mijn telefoon. Met halve aandacht kijk ik, in gedachten al mijn ochtend-sinaasappel persend, naar de verwachte overwinning van Hillary. Ik schrik klaarwakker. Trump. Ik kijk niet goed, denk ik. Nog niet alle stemmen zijn binnen, marchandeer ik met de realiteit die toch echt binnendringt.

Een uur later op het stationsperron wil ik de drie gehoofddoekte meisjes die druk in gesprek zijn, aanspreken. Ik ben ervan overtuigd dat ze het over Trump hebben, en net zo geschokt zijn als ik. Ik denk dat het voor hen erger is, zijn racisme. Mijn verlegenheid wint, en ik blijf op mijn telefoon kijken, lees verwoed en gehaast commentaren. In de New York Times, de Correspondent, Facebook, Twitter. Waar zoek ik naar? Een ander geluid? Een wijze les? Hoop? Wil ik mijn onrust dempen? Waar zoek ik naar?

Mijn gedachten blijven de hele dag bij die meisjes. Misschien hadden ze het wel gewoon over een leuke jongen, of over nieuwe mode, of over hun huiswerk. Weet ik veel. Ik voel me bevoorrecht. Ik ben wit, hoogopgeleid. Ik doe het werk dat ik graag doe en dat me voldoening geeft, ik heb een mooi huis op een prachtige plek, een fijne relatie, ik kan op vakantie wanneer en waarheen ik wil, ik kan me voeden met mooie boeken, films of inspirerende evenementen. Ik voel me er schuldig over. Ik heb makkelijk praten. Ik weet van niks.

Nee. Ik heb moeilijk praten. Ik mag er niks van zeggen. Ik weet immers niks, ik als geprivilegieerde, sociaal wenselijk denkende. Ik weet niet wie die Trumpstemmers zijn. Ik weet niet hoe jet is om gediscrimineerd te worden. Ik ken alleen mijn eigen afgesloten VPRO wereld. 

Ik voel me buitengesloten. Ik voel mijn stem gesmoord. Ik mag niks zeggen. Ik ben bij voorbaat verdacht. Ik begeleid als buitenstaander trajecten die armoede in Nederland moeten bestrijden, maar ik hoef het niet te voelen. Terwijl ik juist door al mijn kansen een antwoord zou moeten hebben.

Nee. Nee. Nee.

Ik heb geen antwoord in de zin van een oplossing. Maar ik heb wel een reactie. Ook al ben ik hoogopgeleid en daardoor geprivilegieerd. Juist nu. Ik moet juist nu mijn stem laten horen. Juist nu vertellen dat er geen oplossing is. Dat ik geen tegenbeweging start. En toch. Ik kan denken. Ik heb vanuit mijn bevoorrechte leven een bron die ik kan en moet delen. Nadenken. We moeten weer durven nadenken. Langer en dieper. Vanuit het gevoel dat we het echt niet weten. Dat er geen recept is. En dat dat niet erg is. Dat juist dat de kans is. Lange termijn zoeken in plaats van korte termijn bevrediging.

Ik moet denken aan een recente voorstelling van een jonge theatermaker. Ik vond het niet mooi, ik kreeg niet de ontroering waar ik behoefte aan had. Ik werd ongemakkelijk. Nog wel de zoon van een goede vriendin ook. Dus ja ik moest achteraf wel iets positiefs vertellen. Ik vond het niet fijn. Ik voelde afstand. Nee, ik creëerde zelf afstand met mijn gedachten omdat ik geen directe bevrediging van mijn behoefte kreeg. Ik ging van alles denken en vinden over deze theatermaker. Ik bedacht verklaringen waarom hij zo'n voorstelling zou hebben gemaakt, ik psychologiseerde hem zijn jonge leeftijd in; dat zou dan wel de reden zijn van zijn extreme experiment dat mij niet ontroerde of raakte. In plaats van gewoon te kijken en ervaren en ontvangen wat hij me gaf.

Dit is het dus. Dit is nodig. Blijven zitten zonder vermaakt te worden. Dat is wat we nodig hebben. Blijven zitten. Niet vermaakt worden. Kunstenaars, het is tijd! Sta op. Vermaak ons niet. Entertain ons niet. Ga niet voor bezoekersaantallen. Laat ons ongemakkelijk schuiven op onze bevoorrechte stoelen. Laat ons nadenken, ook al is het weken later. Geef geen oplossingen. Dat is wat wij bevoorrechten kunnen en moeten brengen. Het is broodnodig. Daarom schrijf ik.  Juist hierover schrijf ik een boek: dit is de tijd dat er geen recepten zijn, geen oplossingen. Kunst is broodnodig. Geen oplossingen, wel kunst.

 

 

Gewoon beginnen

Hier zal het wel niet zijn, denk ik, als ik op de OV-fiets een woonwijk inrij. Tot ik een poort tussen twee huizen zie waardoor ik een andere wereld betreed. Planten in gekleurde potten, geschilderde slogans op de muur. Binnen in de lichte gang springt een rek ansichtkaarten, en een plank met trendy kussens in mijn oog. Hier is aandacht voor detail denk ik. Dat klopt. Buurtvrouw, zo heet dit burgerinitiatief. Die naam klopt. Dat het nog maar een jaar open is, is onvoorstelbaar. Regelmatig wordt Buurtvrouw als een voorbeeld-project genoemd, in de bijeenkomst die ik daar faciliteer. Ik werk een middag met een divers en betrokken gezelschap aan 'Schiedam West vitaal in 10 jaar'. Dat is nogal ambitieus.

Net als het verhaal van Buurtvrouw. Zij wil een creatieve broedplaats zijn voor en met de buurt. Speciaal voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Het doel van onze bijeenkomst sluit daarbij aan. We willen een beweging op gang brengen in het licht van dat ambitieuze doel. Niet door lange stukken te schrijven of plannen te maken, maar door gewoon te beginnen. Net als Buurtvrouw deed. Zij is niet de enige, zo blijkt als we verzamelen wat er voor initiatieven bestaan. Tegelijk is dat nog niet genoeg. En dat geeft niet. We beginnen gewoon. We bouwen samen aan de volgende bijeenkomst die nog niet eens een datum heeft. We bedenken wie we kunnen betrekken, waar we naar toe willen, en wat ons dan te doen staat. Er worden mensen gebeld en afspraken gemaakt.

De Buurtvrouw, is niet alleen een begrip, het is een echte vrouw. Een vrouw die gewoon begint en die niet van ophouden weet. Die aanpakt, en die ook voor detail heeft.

Wat wij daar doen, een beweging starten met een onmogelijke ambitie, dat kan in zo'n setting. Elke buurt zou een Buurtvrouw moeten hebben, denk ik. Vertrouwen dat het wel kan, dat je anders moet durven zijn, met oog voor detail, dat ademt alles hier.

Ik ben benieuwd hoe deze beweging verder gaat. Als ik het niet meer weet, ga ik bij de Buurtvrouw een bakkie doen. 

Meer weten over 'gewoon beginnen'? Ik schrijf er in mijn nieuwe boek Olifantenpaadjes over. Ik ben benieuwd hoe jij 'gewoon begint'! 

Muziek opent deuren

Muziek opent een deur in je hart en in je geheugen. De vierde bijeenkomst 'leiderschap en kunst' , bij Splendor Amsterdam, beginnen we met te luisteren naar ieders' favoriete muziek. Zowel de muziek zelf als de intensiteit waarmee diegene, die de muziek heeft gekozen, luistert, hebben een bijzondere werking. Het is intiem om te kijken hoe iemand luistert. Dat doe je eigenlijk nooit. Het is meer dan meeluisteren. Alsof je even mee mag in het leven van een ander.

Via de muziek sluipen eigen herinneringen binnen. Door een operafragment denk ik aan die keer dat ik als kind mee mocht naar een opera, zo laat, het leek wel 's nachts, en wat vond ik de muziek vreselijk en de kostuums adembenemend. Ik zag als enige, zo dacht ik, hoe een zangeres haar schoen verloor, achteruitstapte en haar voet al zingend in haar schoen terugschoof.

We luisteren, er ontstaat intensiteit, ingekeerdheid. We gaan mee, we zijn onderweg in de auto, we zijn bij een concert van Bruce Springsteen, we gaan voor de dertigste keer naar het requiem van Mozart, en we weten nu hoe tantes muziek van ver dichtbij brengen.

Wilmar de Visser, onze gastheer van vandaag, speelt voor ons op zijn contrabas, een Syrisch stuk uit Aleppo. Nooit geweten dat een contrabas solo zo mooi kan zijn.

We gaan zelf muziek maken. We krijgen een crash course contrabas. Vertrouwen, volhouden en timing is het enige dat je moet kunnen, onthult Wilmar. Alsof dat zo simpel is. Samen de goede timing vinden in een klap-oefening blijkt te lukken als je goed op elkaar let. Daarna wordt het moeilijker; met drie 'stemmen' en drie verschillende klap-ritmes. We maken muziek! Als er een gitaar tevoorschijn wordt gehaald en Wilmar ons geklap met zijn contrabas ondersteunt, ontstaat een lied.

Als wij een half uurtje oefenen, vind ik dat we al best mooie muziek maken, maar dat is natuurlijk niks in vergelijking met de discipline van een muzikant. 'Gewoon heel vaak herhalen', zegt Wilmar. Voor het collectief Splendor is volharding ook noodzakelijk. Misschien zijn juist muzikanten daar wel extra in getraind. Wilmar startte dit initiatief vanuit een verlangen om vrij van subsidies muziek te kunnen maken en anderen daarvan te laten genieten. Hij vertelt twee voorbeelden van 'tegenwind' in de afgelopen zes jaar. Ik neem aan dat er heel veel meer geweest zijn. Hij heeft, samen met negenenveertig andere muzikanten volgehouden. Dat bracht dit collectief vertrouwen, vertrouwen in elkaar, en in het idee achter Splendor.

Vertrouwen is nodig om samen muziek te maken. Om mijn partij vast te houden, moet ik luisteren naar en afstemmen op de anderen van mijn groepje. Dan kan ik, als ik de tel krijt ben, weer inhaken. Ik geef mijn inzet zonder voorbehoud. Dat betekent dat ik zowel mijn fouten als passende ritme geef. Ik moet erop vertrouwen dat de anderen zichzelf ook geven. Ik hoef ze niet te controleren. Daar heb ik trouwens geen tijd voor, al mijn aandacht gaat naar het klappen en stampen. Vertrouwen is op deze manier vanzelfsprekend.

Muziek opent niet alleen een deur in je hart en in je geheugen. Muziek brengt volharding, timing en vertrouwen. Broodnodig. Vanzelfsprekend. Swingend.