Organisaties moeten activistisch worden.


‘Ik was zo ontdaan, dat ik wel iets moest doen’,  zegt Bas Timmer tegen me, nadat hij me het schokkende verhaal vertelt over de vader van een vriend die dakloos was geworden en door onderkoeling stierf. ’Ik ben modemaker en ik kan niks anders, dus ik ging iets maken dat daklozen warm houdt. Het werd een combinatie tussen een slaapzak, tas en jas. Vervolgens heb ik die aan een zwerver gegeven, die er zo blij mee was, dat ik besloot er honderd te maken.’ Zo ontstond de sociale onderneming ShelterSuit. Inmiddels verspreiden ze Sheltersuits van Lesbos tot New York en is het een bedrijf met vijftien statushouders in dienst.

Als ik na dit verhaal van Bas thuiskom maakt zich een ontevreden gevoel van me meester. Wat doe ik zelf? Hoe draag ik zelf eigenlijk bij aan de grote maatschappelijke vraagstukken? Groeiende sociale ongelijkheid, de steeds onheilspellendere berichten over klimaatverandering, verdergaande polarisatie. In de organisaties die ik begeleid, lijkt het wel of deze vraagstukken niet spelen. Al jaren hoor ik compleet andere thema’s, zoals: we moeten wendbaarder worden, we willen leren beter samen te werken, zelfsturing lukt niet zoals we hoopten. Hoe krijgen we ze mee, is nog steeds de meest gestelde vraag. 

De grote vraagstukken van deze tijd maken machteloos. Ten overstaande van overweldigende problemen op wereldschaal ben je als individu maar klein. Toch is wachten op nieuw beleid van overheden of tot wereldleiders iets gaan doen ook geen optie.

Organisaties zijn een mooie behapbare tussenvorm tussen individu en de wereldpolitiek. Daar kun je meer impact en invloed hebben. Stel je voor dat Shell zou besluiten over te stappen op volledig duurzame energie. Of dat ministeries werk zouden bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Wat een effect zou dat hebben. Organisaties moeten activistisch worden. 

Betekeniseconomie.

Gelukkig zijn er al organisaties die laten zien dat het wel kan. Deze organisaties zetten financiële winst niet meer centraal, ze zetten er maatschappelijke waarde gelijkwaardig naast. Ze dragen bij een andere, nieuwe economie, ook wel de betekeniseconomie genoemd. Daarin staat de behoefte om bij te dragen aan een groter geheel centraal: de wens om van betekenis te zijn. Van betekenis voor de toekomst van deze aarde. Duurzaamheid is bij hen niet langer een dingetje ‘erbij’, maar het ding zelf.

Zo zet vloerenspecialist Interface al in de jaren negentig van de vorige eeuw een doel om zero emissie in 2020 te bereiken. Ondanks dat ze vooral negatieve reacties van hun omgeving kregen, zetten ze door. Inmiddels hebben ze zichzelf voor een nieuwe uitdaging gesteld vanuit het motto: Als de mensheid het klimaat per ongeluk heeft veranderd, kunnen we het dan ook met opzet veranderen? Hun nieuwe missie luidt Climate Take Back: vloeren maken die CO2 uit de lucht halen. De eerste prototypes zijn al ontwikkeld.
Ook chemieconcern DSM is een inspirerend voorbeeld. Het chemiebedrijf is het laatste decennium succesvol getransformeerd in een biotechnologiebedrijf dat voorop loopt in duurzame innovaties, zoals de productie van het lichte, hittebestendige kunststoffen die goed toepasbaar zijn in de auto-industrie, waardoor auto’s lichter worden, minder verbruiken en dus minder CO2 uitstoten.

Engagement

Organisaties zijn verzamelingen mensen als jij en ik. Mensen die geraakt zijn door de vraagstukken van deze tijd. Mensen die geëngageerd zijn. Engagement verbindt je met iets groters buiten jezelf. Je wordt geraakt door een verhaal van een vluchteling, door de klimaatvraagstukken, door sociale uitsluiting en voelt daardoor een drang om dit probleem op te pakken, om ervoor in actie te komen. 

Dat is iets anders dan passie. Passie begint meestal in jezelf, met een gevoeld verlangen – zoals bij een reis die je graag zou willen maken, of het verlangen naar een partner. Passie is meer op jezelf gericht dan op je omgeving. 

De aanleiding voor jouw engagement ligt juist buiten je. 


Doe je mee?
Nieuwsgierig geworden? Wil je meer weten? Kom op 28 juni aanstaande naar de boekpresentatie van mijn nieuwe boek Ben jij al activist? in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Daar ontmoet je mensen van Interface en Sheltersuit en zet je de eerste verrassende stap op weg naar jouw activisme. Welkom. 

Je kan je hier aanmelden. https://dezwijger.nl/programma/ben-jij-al-activist

Het is er al

Het is er al

'Het is er al, het moet er alleen even uit'.Omdat dat makkelijker klinkt dan het is, organiseer ik een Olifantenpaadjes-challenge. Van maandag 3 t/m vrijdag 7 april: vijf dagen met elke dag een opdracht om Olifantenpaadjes te vinden en te maken. In een besloten Facebook-groep.  

Geen oplossingen - wel kunst

Half slapend loop ik in pyjama naar mijn telefoon. Met halve aandacht kijk ik, in gedachten al mijn ochtend-sinaasappel persend, naar de verwachte overwinning van Hillary. Ik schrik klaarwakker. Trump. Ik kijk niet goed, denk ik. Nog niet alle stemmen zijn binnen, marchandeer ik met de realiteit die toch echt binnendringt.

Een uur later op het stationsperron wil ik de drie gehoofddoekte meisjes die druk in gesprek zijn, aanspreken. Ik ben ervan overtuigd dat ze het over Trump hebben, en net zo geschokt zijn als ik. Ik denk dat het voor hen erger is, zijn racisme. Mijn verlegenheid wint, en ik blijf op mijn telefoon kijken, lees verwoed en gehaast commentaren. In de New York Times, de Correspondent, Facebook, Twitter. Waar zoek ik naar? Een ander geluid? Een wijze les? Hoop? Wil ik mijn onrust dempen? Waar zoek ik naar?

Mijn gedachten blijven de hele dag bij die meisjes. Misschien hadden ze het wel gewoon over een leuke jongen, of over nieuwe mode, of over hun huiswerk. Weet ik veel. Ik voel me bevoorrecht. Ik ben wit, hoogopgeleid. Ik doe het werk dat ik graag doe en dat me voldoening geeft, ik heb een mooi huis op een prachtige plek, een fijne relatie, ik kan op vakantie wanneer en waarheen ik wil, ik kan me voeden met mooie boeken, films of inspirerende evenementen. Ik voel me er schuldig over. Ik heb makkelijk praten. Ik weet van niks.

Nee. Ik heb moeilijk praten. Ik mag er niks van zeggen. Ik weet immers niks, ik als geprivilegieerde, sociaal wenselijk denkende. Ik weet niet wie die Trumpstemmers zijn. Ik weet niet hoe jet is om gediscrimineerd te worden. Ik ken alleen mijn eigen afgesloten VPRO wereld. 

Ik voel me buitengesloten. Ik voel mijn stem gesmoord. Ik mag niks zeggen. Ik ben bij voorbaat verdacht. Ik begeleid als buitenstaander trajecten die armoede in Nederland moeten bestrijden, maar ik hoef het niet te voelen. Terwijl ik juist door al mijn kansen een antwoord zou moeten hebben.

Nee. Nee. Nee.

Ik heb geen antwoord in de zin van een oplossing. Maar ik heb wel een reactie. Ook al ben ik hoogopgeleid en daardoor geprivilegieerd. Juist nu. Ik moet juist nu mijn stem laten horen. Juist nu vertellen dat er geen oplossing is. Dat ik geen tegenbeweging start. En toch. Ik kan denken. Ik heb vanuit mijn bevoorrechte leven een bron die ik kan en moet delen. Nadenken. We moeten weer durven nadenken. Langer en dieper. Vanuit het gevoel dat we het echt niet weten. Dat er geen recept is. En dat dat niet erg is. Dat juist dat de kans is. Lange termijn zoeken in plaats van korte termijn bevrediging.

Ik moet denken aan een recente voorstelling van een jonge theatermaker. Ik vond het niet mooi, ik kreeg niet de ontroering waar ik behoefte aan had. Ik werd ongemakkelijk. Nog wel de zoon van een goede vriendin ook. Dus ja ik moest achteraf wel iets positiefs vertellen. Ik vond het niet fijn. Ik voelde afstand. Nee, ik creëerde zelf afstand met mijn gedachten omdat ik geen directe bevrediging van mijn behoefte kreeg. Ik ging van alles denken en vinden over deze theatermaker. Ik bedacht verklaringen waarom hij zo'n voorstelling zou hebben gemaakt, ik psychologiseerde hem zijn jonge leeftijd in; dat zou dan wel de reden zijn van zijn extreme experiment dat mij niet ontroerde of raakte. In plaats van gewoon te kijken en ervaren en ontvangen wat hij me gaf.

Dit is het dus. Dit is nodig. Blijven zitten zonder vermaakt te worden. Dat is wat we nodig hebben. Blijven zitten. Niet vermaakt worden. Kunstenaars, het is tijd! Sta op. Vermaak ons niet. Entertain ons niet. Ga niet voor bezoekersaantallen. Laat ons ongemakkelijk schuiven op onze bevoorrechte stoelen. Laat ons nadenken, ook al is het weken later. Geef geen oplossingen. Dat is wat wij bevoorrechten kunnen en moeten brengen. Het is broodnodig. Daarom schrijf ik.  Juist hierover schrijf ik een boek: dit is de tijd dat er geen recepten zijn, geen oplossingen. Kunst is broodnodig. Geen oplossingen, wel kunst.

 

 

Gewoon beginnen

Hier zal het wel niet zijn, denk ik, als ik op de OV-fiets een woonwijk inrij. Tot ik een poort tussen twee huizen zie waardoor ik een andere wereld betreed. Planten in gekleurde potten, geschilderde slogans op de muur. Binnen in de lichte gang springt een rek ansichtkaarten, en een plank met trendy kussens in mijn oog. Hier is aandacht voor detail denk ik. Dat klopt. Buurtvrouw, zo heet dit burgerinitiatief. Die naam klopt. Dat het nog maar een jaar open is, is onvoorstelbaar. Regelmatig wordt Buurtvrouw als een voorbeeld-project genoemd, in de bijeenkomst die ik daar faciliteer. Ik werk een middag met een divers en betrokken gezelschap aan 'Schiedam West vitaal in 10 jaar'. Dat is nogal ambitieus.

Net als het verhaal van Buurtvrouw. Zij wil een creatieve broedplaats zijn voor en met de buurt. Speciaal voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Het doel van onze bijeenkomst sluit daarbij aan. We willen een beweging op gang brengen in het licht van dat ambitieuze doel. Niet door lange stukken te schrijven of plannen te maken, maar door gewoon te beginnen. Net als Buurtvrouw deed. Zij is niet de enige, zo blijkt als we verzamelen wat er voor initiatieven bestaan. Tegelijk is dat nog niet genoeg. En dat geeft niet. We beginnen gewoon. We bouwen samen aan de volgende bijeenkomst die nog niet eens een datum heeft. We bedenken wie we kunnen betrekken, waar we naar toe willen, en wat ons dan te doen staat. Er worden mensen gebeld en afspraken gemaakt.

De Buurtvrouw, is niet alleen een begrip, het is een echte vrouw. Een vrouw die gewoon begint en die niet van ophouden weet. Die aanpakt, en die ook voor detail heeft.

Wat wij daar doen, een beweging starten met een onmogelijke ambitie, dat kan in zo'n setting. Elke buurt zou een Buurtvrouw moeten hebben, denk ik. Vertrouwen dat het wel kan, dat je anders moet durven zijn, met oog voor detail, dat ademt alles hier.

Ik ben benieuwd hoe deze beweging verder gaat. Als ik het niet meer weet, ga ik bij de Buurtvrouw een bakkie doen. 

Meer weten over 'gewoon beginnen'? Ik schrijf er in mijn nieuwe boek Olifantenpaadjes over. Ik ben benieuwd hoe jij 'gewoon begint'!